Een gift is iets dat u gratis krijgt. Dat kan geld zijn, spullen, of iemand die een deel van uw kosten betaalt. U krijgt dit van iemand of van een organisatie die dat graag aan u wil geven. U hoeft er niets voor te doen en u hoeft het ook niet terug te betalen.
Bijstand en giften
Voorbeelden van giften:
• Een tas met boodschappen
• Geld als extraatje om de maand door te komen
• Geld om cadeaus voor uw kinderen te kopen
• Geld om te helpen rekeningen te betalen
• Een koelkast, wasmachine of fiets
• Een oude televisie van iemand die een nieuwe heeft gekocht
Wanneer moet u een gift doorgeven?
Niet alle giften hoeft u door te geven. Geef het wél door als:
- de gift meer dan €500 is
- iemand wel eens een rekening of uw zorgpremie voor u betaalt
Boodschappen van de Voedselbank hoeft u niet door te geven.
U mag per jaar (van januari tot en met december) €1.200 aan giften ontvangen. Houd zelf bij wat u krijgt. Ontvangt u meer dan €1.200? Dan kan dit gevolgen hebben voor uw uitkering.
Wat zijn géén giften?
Dit zijn bijvoorbeeld géén giften:
• Een prijs uit een loterij
• Partner- en/of kinderalimentatie
• Een erfenis
• Een vrijwilligersvergoeding
• Een schadevergoeding
• Geld dat u heeft gekregen voor werk, klusjes of een andere dienst
Deze bedragen moet u altijd aan ons doorgeven. Ze kunnen invloed hebben op uw uitkering.
Geef de bedragen binnen vijf werkdagen door met het sturen van een wijzigingsformulier of een mail.
Twijfelt u?
Heeft u iets gekregen en weet u niet zeker of het een gift is? Bel ons gerust via 14 0412. We kijken samen met u of het een gift is of niet.
Heeft u een IOAW- of IOAZ-uitkering?
Dan hoeft u giften niet door te geven. U mag ze altijd houden bovenop uw uitkering.